Sutta Nipāta 5.18

Slotwoord

Dit is wat de Meester zei toen de zestien brahmanen naar de Rots Tempel in Magadha kwamen voor een antwoord op hun vragen.

Als je weet wat elke vraag betekent, doorziet wat er in elke vraag schuilt en leeft overeenkomstig ‘de manier van hoe dingen zijn’, dan zul je de overzijde bereiken. Je zult de oceaan van dood en ouderdom oversteken en de andere oever bereiken.

Deze dingen leiden naar de andere oever. Dat is waarom deze Leer ‘Parayana’ wordt genoemd—‘De Weg naar de Andere Zijde’.

Zij waren in die tijd met z'n zestienen gekomen om de Boeddha te zien. Er was: Ajita, Tissa Metteyya, Punnaka, Mettagu, Dhotaka, Upasiva, Nanda en Hemaka;

Todeyya, Kappa, Jatukanni de leerling; Bhadravudha, Udaya, Posala, Mogharaja de geleerde, en de grote Pingiya, de wijze.

Deze mannen waren gekomen om de Boeddha te zien, de mannen van goed gedrag. Zij kwamen naar de Boeddha om hun moeilijke vragen te stellen aan dit toonbeeld van begrip.

De Boeddha beantwoordde de vragen met de juistheid van waarheid, precies zoals dingen zijn; de brahmanen waren verheugd om de woorden van deze wijze man te horen.

En zo, vervuld met vreugde door de heldere visie van deze ‘bloedverwant van de zon’ (Adiccabandhu), begonnen zij een leven in zuiverheid en goedheid die ze doorbrachten onder de edele wijsheid van de Boeddha.

Iedereen van wie het leven overeenstemt met wat de Boeddha in deze antwoorden onderwees zal de oceaan oversteken. Van hier tot aan de Andere Zijde,

van deze oever naar de oever aan de overzijde: dit is de oceaan oversteken, dit is leven op het hoogste pad. Het is een pad dat leidt naar de andere oever; dat is waarom het ‘Parayana’ wordt genoemd—‘De Weg naar de Andere Zijde’.